Juridische achtergrond


Het beheer en de registratie van zekerheidsrechten

Dankzij een reeks uitspraken van de Hoge Raad, veelal uitgelokt door banken en curatoren, is het mogelijk eenvoudig dagelijks duizenden herregistraties van pandrecht tegelijk te doen met een verzamelpandakte. Van die mogelijkheid maakt Kredietbeveiliging gebruik. Wat legt u eigenlijk vast met een pandrecht, waarom is de dagelijkse registratie zo belangrijk, wat betekent de toelating van volmachten hierbij? We leggen het allemaal uit.

Hoe werkt het precies?
C = Crediteur (schuldeiser, degene die geld uitleent)
D = Debiteur (schuldenaar, degene die de lening ontvangt, ook wel kredietnemer)

C leent geld uit aan D, C heeft dan een vordering op D. Daarbij wil C een zekerheid van D dat lening terugbetaald wordt. Want als D failliet gaat, staat C vaak met lege handen. Die zekerheid bestaat vaak uit pand- of hypotheekrechten van D óf van een derde die voor D instaat, een borg. Een borg is vaak een directeur/aandeelhouder van D. Voor welk bedrag de borg instaat, nemen zij op in de borgtochtakte.

Wat kan C met hypotheek- en pandrecht? Zonder proces te hoeven voeren, kan C zijn vordering met rente en kosten opeisen, conform de wettelijke regels. Dit is het zogenaamde recht van parate executie. Daarnaast krijgt C wettelijke voorrang bij de verdeling van een executieopbrengst als D failliet is. Als er sprake is van een borg, kan C ook deze aanspreken als D niet kan terugbetalen.

Om hypotheek- en pandrecht vast te leggen is een beding nodig waarin D zich verplicht om de zekerheid te verstrekken aan C (de titel). Soms is zo’n titel apart vastgelegd in de kredietovereenkomst zelf, vaak is de verplichting al onderdeel van de algemene kredietvoorwaarden. Banken nemen het bijvoorbeeld op in hun algemene (artikel 26) en aanvullende voorwaarden. Ook in de algemene kredietvoorwaarden van Kredietbeveiliging staat zo’n verplichting. Verstrekt de borg ook zekerheid, dan ligt de titel daarvoor vast in de borgtochtakte.

D (en/of zijn borg) verstrekt met een notariële akte een zekerheidsrecht van een hypotheek op een registergoed, zoals een perceel grond, een woonhuis of een bedrijfspand.

Op Kredietbeveiliging.nl vindt u  zo’n modelakte, in een versie voor Debiteur (geldlening) of een borg (borgtocht). In een akte kunnen de termen pandgever en pandnemer staan. D en/of de borg zijn de pandgever, C is de pandnemer. Na ondertekening van de akte gaat u ermee naar de notaris. Kredietbeveiliging kan hierbij bemiddelen.

Een zekerheidsrecht in de vorm van een pandakte kunt u vestigen op bijna alle goederen behalve registergoederen. Er zijn twee vormen van pandrecht. Bij het traditionele pandrecht, of vuistpandrecht, heeft C daadwerkelijk de macht over de goederen, wat alle zekerheid geeft dat hij ze tegelde kan maken als dat nodig is. Maar vaak is dat niet mogelijk omdat D de verpande goederen nodig heeft voor zijn bedrijf. Daarom wordt vaak gekozen voor een zogenaamd ‘stil pandrecht’. De goederen blijven in de macht van D. C kan een stil pandrecht uitoefenen nadat de goederen in zijn macht zijn gekomen.

C kan het pandrecht hebben op de uitstaande vorderingen van D. C moet dit kenbaar maken aan de debiteuren van D en heeft dus de debiteurenadministratie van D (of de borg) hiervoor nodig. Pandgever D is verplicht mee te werken aan de afwikkeling van een stil pandrecht, volgens de wet en de voorwaarden die op de pandakte van toepassing zijn. Soms is het nodig die verplichting af te dwingen. Een borgstelling van een DGA draagt vaak bij aan de vereiste medewerking. Immers, hoe minder C ontvangt uit de zekerheden gesteld door D, hoe meer C zal verhalen op de borg.

U kunt een stil pandrecht vestigen met een notariële akte, maar ook met een onderhands geschrift. In elk geval moet de pandgever bevoegd zijn om te beschikken over de goederen die hij in zekerheid geeft. D verklaart dat in de pandakte. Daarmee geeft D ook aan dat er niet al eerder een pandrecht is gevestigd op de goederen. Als dat wel het geval is, komt het pandrecht in een lagere rang. Dat kunt u vergelijken met een tweede hypotheek op een bedrijfspand.

Wat valt onder een pandrecht?

U kunt allerlei goederen verpanden. roerende zaken zoals voorraden, inventaris, machines en levende have. Ook de vorderingen van D op derden zijn te verpanden, evenals aandelen, lidmaatschapsrechten, auteurs-, merk-, octrooi-, kwekers- en andere IE rechten. Zelfs goodwill is te verpanden, al is daarover wel discussie onder juristen.

Overdraagbaar

Er moet sprake zijn van een overdraagbaar vermogensrecht. Niet alle vermogensrechten zijn overdraagbaar. D kan bijvoorbeeld met een debiteur rechtsgeldig overeenkomen dat een onderlinge vordering niet overdraagbaar is. Dan kunt u er geen pandrecht vestigen (Hoge Raad 17 januari 2003, NJ 2004 / 281 (Oryx/Van Eesteren)).

Bepaalbaar

Wat precies onder het pandrecht valt, moet bepaalbaar te zijn. In de pandakte (of algemene voorwaarden) hoeven de goederen die in pand gegeven zijn niet tot in detail omschreven te staan. De beschrijving moet wel voldoende zijn om achteraf het pandrecht te kunnen bepalen (Hoge Raad 14 oktober 1994, NJ 1995 / 447 (Rivierland/Gispen q.q.) en 20 september 2002, NJ 2004 / 182 (Mulder q.q./Rabobank)). Denk hierbij bijvoorbeeld aan “alle ten tijde van de ondertekening van de akte bestaande rechten of vorderingen jegens derden en alle rechten of vorderingen jegens derden die worden verkregen uit de ten tijde van de ondertekening van de akte bestaande rechtsverhoudingen met die derden”.

De Hoge Raad heeft in een geschil over de bepaalbaarheidseis beslist dat bij onduidelijkheid ruimte bestaat voor de rechter de bedoeling van partijen uit te leggen. Volgens de zogenaamde Haviltex maatstaf (HR 20 september 2002, NJ 2002 / 610 (ING/Muller q.q.).

moet de rechter dan te rade gaan bij “de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten”. In de berechte zaak oordeelde de Hoge Raad dat geacht mag worden dat onder de verpanding van software ook de auteursrechten op die software vallen.

Huidige/toekomstige goederen

Een pandrecht kan niet alleen de huidige goederen van D maar ook zijn toekomstige goederen omvatten. Het pandrecht kan ook de voorwaardelijk eigendom van die goederen omvatten, zo blijkt uit een recente uitspraak van de Hoge Raad (Hoge Raad 3 juni 2016, NJ 2016/290 (Rabobank/Reuser)). Denk daarbij aan de goederen die D onder eigendomsvoorbehoud verwerft.

Registratie pandrechten

Een onderhands geschrift waarin een stil pandrecht wordt verleend, moet u registeren bij de belastingdienst. Dan ligt de datum waarop het pandrecht werd gevestigd onomstotelijk vast.

Kredietbeveiliging verzorgt dit door een kopie (een scan) van de pandakte te registreren. De Hoge Raad maakte dat mogelijk in zijn uitspraak van 29 juni 2001, JOR 2001/220 (Meijs q.q./ Bank of Tokyo). Een dergelijke eerste registratie van een stil pandrecht werkt voor bestaande en toekomstige roerende zaken. Onder het pandrecht op vorderingen gelden alle bestaande vorderingen van D op zijn debiteuren op de datum van registratie. Daaronder vallen ook nog de vorderingen die D heeft op basis van rechtsverhoudingen op het moment van registratie. Als D bijvoorbeeld huurinkomsten heeft op grond van een huurovereenkomst die al bestond op de registratiedatum dan vallen die vorderingen onder het pandrecht. Echter, vorderingen die na de registratiedatum ontstaan, vallen niet onder het pandrecht. Om te zorgen dat altijd de meest actuele vorderingen onder het pandrecht vallen, moet u periodiek, bij voorkeur dagelijks, een nieuwe pandakte opmaken en registeren.

Dagelijks registreren: bij volmacht (uitgevoerd door een derde) in een verzamelpandakte

Vroeger was het periodiek registreren van een pandakte omslachtig voor zowel D als C. Nu is er gelukkig verpanding bij volmacht. In de pandakte (of in de algemene voorwaarden die in de pandakte genoemd worden) geeft D dan een volmacht aan C. C kan mede namens D een pandakte met zichzelf opmaken en zorgt voor de registratie. Zo’n volmacht is in het belang  van de gevolmachtigde (C) en onherroepelijk. Er kunnen dus geen vorderingen aan het pandrecht ontsnappen doordat D niet meewerkt. De onherroepelijkheid maakt dat de gevolmachtigde de ontvangen volmacht ook door een derde kan laten uitoefenen (artikel 3:74 lid 3 BW). De Hoge Raad heeft de volmachtconstructie aanvaard in zijn arrest van 3 februari 2012, NJ 2012 / 261 (Dix q.q./ING). In dat arrest aanvaardde de Hoge Raad ook de mogelijkheid middels een (verzamel-)pandakte de volmachten van grote hoeveelheden kredietnemers uit te oefenen. De Hoge Raad verwierp de stelling van de curator dat een volmachtbeding in algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is. Ook de stelling dat van verboden selbsteintritt sprake was (het verrichten van een handeling met de volmacht in het belang van de gevolmachtigde) werd verworpen.

Juridisch fundament van Kredietbeveiliging

De mogelijkheden van een volmacht, de mogelijkheid die volmacht door een derde te laten uitvoeren en de verzamel-pandakte vormen samen het juridische fundament van Kredietbeveiliging. Wij maken dagelijks een akte op namens al onze abonnees, de pandnemers (C). Zij hebben een volmacht ontvangen van hun pandgevers (D) die inhoudt dat zij hun actuele bestaande rechten of vorderingen op derden (ook die voortkomend uit bestaande rechtsverhoudingen met derden) verpanden.

Kredietbeveiliging ontvangt een volmacht van de pandnemers (C). Die volmacht houdt in dat Kredietbeveiliging, op basis van het volmacht dat de pandgever (D) aan pandnemer (C) geeft, dagelijks een verzamelpandakte kan opmaken en registreren.

Wij registreren dus dagelijks alle pandrechten van al onze klanten, zodat u de zekerheid hebt dat uw pandrecht alle uitstaande vorderingen omvat van het bedrijf waar u krediet aan verleent. Maak krediet verlenen veiliger. Met Kredietbeveiliging.